Content for class "style1" id "pluimvee.be" Goes Here

 

Vraag en antwoord

 

 

 

Hier is ruimte voorzien voor vragen van leden, die ook van belang kunnen zijn voor andere gebruikers van deze site.

Vraag Antwoord

Wordt de looptijd van mijn vergunning verlengd ?

(Uit "SBB verheldert, nieuwsbrief ")

De Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement heeft op dinsdag 11 mei o.a. de verlenging van de looptijd van een groot aantal milieuvergunningen goedgekeurd. Op die manier wil men een piek van hernieuwingsaanvragen bij de administratie vermijden. De definitieve bevestiging door het Vlaamse Parlement en de daarop volgende publicatie in het Belgisch Staatsblad worden nu snel verwacht. De wetgeving wordt dan definitief van kracht. 

Wordt de looptijd van alle milieuvergunningen verlengd?
Dit is zeker niet het geval. Voor sommigen zal de einddatum van hun milieuvergunning verlengd worden van 1 september 2011 tot uiterlijk 1 september 2016. Voor anderen niet. Cruciaal is de datum waarop de oorspronkelijke basisvergunning verleend werd: voor of na 1 september 1991 .

Welke bedrijven komen in aanmerking voor een verlenging van de vergunningstermijn?
Enkel voor de bedrijven die een milieu- of exploitatievergunning hebben afgeleverd voor 1 september 1991 kan de verlenging van toepassing zijn. Deze vergunningen werden immers onder het ARAB-regime toegekend en nadien door de VLAREM-reglementering beperkt tot 1 september 2011. In de nieuwe regelgeving zullen deze vergunningen geldig blijven tot uiterlijk 1 september 2016 (dus een verlenging van 5 jaar), tenzij in de vergunning een expliciete vervaldag voor die datum (1/9/2016) voorzien is. Vooral in West-Vlaanderen is dat vaak het geval en is een einddatum (bijv. 1 september 2011) in het besluit opgenomen. Deze vergunningen krijgen geen verlenging en  zullen ook effectief vervallen. ARAB-vergunningen die in het verleden een vergunningstermijn hebben gekregen die na 1 september 2016 verstrijkt, vervallen in het nieuwe voorstel wel uiterlijk op 1 september 2016.

Voor wie is deze regeling niet van toepassing?
Voor vergunningsaanvragen ingediend voor 1 september 1991 onder het toenmalige ARAB-stelsel, maar waarvoor de vergunning werd verleend na 1 september 1991 geldt deze verlenging niet. De termijn van deze vergunningen blijft op maximaal 20 jaar vastgelegd. Ook hier kunnen kortere vervaldata vastgelegd zijn in de vergunning. Voor bedrijven die reeds hun milieuvergunning hernieuwd hebben, spelen deze aangepaste regels uiteraard geen rol meer. Ze hebben reeds een vernieuwde vergunning met een welbepaalde einddatum gekregen.

Wanneer kunnen deze vergunningen nu hernieuwd worden?
De hernieuwing van de vergunning dient steeds tijdig (tussen de 18 en 12 maanden voor de vervaldag) hernieuwd te worden. Nieuw is wel dat ongeacht de vervaldag men voor alle dossiers nu reeds kan starten met een hernieuwing. Op die manier vermijdt u ook dat u opnieuw in een piek van aanvragen terecht komt.

Een aantal typevoorbeelden ter verduidelijking

- Voorbeeld 1 : Basisvergunning werd verleend op 4 april 1991 voor dertig jaar. Dit betrof een aktename onder het ARAB voor bijvoorbeeld 100 grote zoogdieren en 500m³ mestopslag. Deze aanvraag werd ingediend in 1990. Op dit moment is de vervaldag 1 september 2011. De nieuwe vervaldag wordt 01/09/2016! Deze vergunning kan vanaf nu tot 01/09/2015 hernieuwd worden.

- Voorbeeld 2 : Basisvergunning werd verleend op 4 april 1992 voor dertig jaar. Dit betrof een aktename onder het ARAB voor bijvoorbeeld 500 varkens en 400m³ mestopslag. Deze aanvraag werd ingediend in 1990. Op dit moment is als vervaldag in de vergunning opgenomen 4 april 2012. Deze vervaldag wijzigt niet en blijft behouden op 4 april 2012.

- Voo rbeeld 3 : Basisvergunning werd verleend op 4 april 1991 voor dertig jaar. Dit betrof aan aktename onder het ARAB voor bijvoorbeeld 100 grote zoogdieren en 500m³ mestopslag. Deze aanvraag werd ingediend in 1990. Op dit moment is de vervaldag 1 september 2011. De nieuwe vervaldag wordt 01/09/2016. Verder is er ook een grondwaterwinning vergund op 5 mei 1997 voor een periode van 20 jaar. De vervaldag van deze grondwaterwinning is 5 mei 2017. Een (vroegtijdige) hernieuwing van de lopende basisvergunning voor grote zoogdieren en mestopslag kan gezamenlijk met de grondwaterwinning gebeuren vanaf nu tot 01/09/2015.

- Voorbeeld 4 : Basisvergunning werd verleend op 4 april 1991 met een expliciete einddatum van 1 september 2011. Dit betrof een aktename onder het ARAB voor bijvoorbeeld 100 grote zoogdieren en 500m³ mestopslag. Deze aanvraag werd ingediend in 1990. Op dit moment is de vervaldag 1 september 2011. Deze vervaldag wijzigt niet en blijft behouden op 1 september 2011.

- Voorbeeld 5 : Basisvergunning werd verleend op 15 oktober 1992 tot 1 september 2011. Dit betrof een aktename onder het ARAB voor bijvoorbeeld 500 varkens en 400m³ mestopslag. Deze aanvraag werd ingediend in 1990. Op dit moment is als vervaldag in de vergunning opgenomen 1 september 2011. Deze vervaldag wijzigt niet en blijft behouden op 1 september 2011.

- Voorbeeld 6 : Basisvergunning werd verleend op 4 april 1991 voor dertig jaar. Dit betrof een aktename onder het ARAB voor bijvoorbeeld 100 grote zoogdieren en 500m³ mestopslag. Deze aanvraag werd ingediend in 1990. Op dit moment is de vervaldag 1 september 2011. De nieuwe vervaldag wordt 01/09/2016! Echter in 2002 werd het bedrijf overgenomen. In deze aktename werd ook de vervaldatum van 1 september 2011 vermeld. Ook deze einddatum wordt (alhoewel een Vlarem-vergunning) toch mee verlengd tot 01/09/2016. Deze vergunning kan wel al vanaf nu tot 01/09/2015 hernieuwd worden.

Zoals uit de voorbeelden blijkt, gelden deze wijzigingen zeker niet voor alle milieuvergunningen. Uw lopende vergunning goed nakijken is bijgevolg zeer belangrijk. Indien u vragen heeft over uw persoonlijke situatie neemt u best contact op met uw milieuadviseur. Wie voor zijn milieuvergunningsaanvraag een beroep deed op de diensten van SBB, zal binnenkort persoonlijk ingelicht worden.

Hoe kan ik mij als pluimveehouder in orde stellen met de verplichting tot autocontrole?

 

 

 

 

 

 

 

Alle ondernemingen actief binnen de landbouwsector moeten geregistreerd zijn en moeten een autocontrolesysteem toepassen. Dit kan op twee manieren: de controle laten uitvoeren door het FAVV of de autocontrole zelf uitvoeren. Hiervoor kan U als pluimveehouder gebruik maken van de controles in het kader van het lastenboek Belplume. Het gebruik ervan is niet verplicht maar kan interessant zijn. Met een beperkte kost bent U niet enkel Belplume-gekeurd, maar bent u ook in orde voor de verplichte autocontrole en kan U genieten van de bonus op de FAVV-bijdrage. Drie vliegen in één klap dus.

Als uw bedrijf nog andere activiteiten verricht, vb akkerbouw of rundvee, dan zal u moeten nazien of er nog andere gidsen bestaan. Het is namelijk de bedoeling dat u voor alle activiteiten die u uitoefent, een gids toepast. Pas dan kan u genieten van de korting op uw heffing.

Op de website van het FAVV vindt u verdere uitleg over de autocontrolegidsen. Ook daar is er een uitgebreide ‘Vraag & Antwoord’ rubriek.
Zie:
http://www.favv.be/autocontrole-nl/

 

Ik krijg kortelings bezoek van een school aan mijn pluimveebedrijf. Waar kan ik terecht voor promotiemateriaal?

U kan terecht bij Luk Huysmans, verantwoordelijke bij VLAM voor de promotie van pluimvee, eieren en konijnen op volgend link: klik hier

Gelieve de aanvragen tijdig in te dienen en duidelijk de reden van aanvraag, de datum, het aantal en het adres te vermelden.

Aan welke voorwaarden moet ik doen als ik als leghennenhouder eieren wil verkopen aan particulieren, bakkers ofwel via een eierautomaat?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Thuisverkoop van eieren:

  1. §  KB 10/11/2009, art. 2 en Ver. (EG) nr. 1234/2007, Bijlage XIV, A, I, 2 en III, 3 :

Het KB voorziet dat de Verordening (EG) Nr. 1234/2007 en de Verordening (EG) Nr. 589/2008 niet van toepassing zijn indien de producent de eieren rechtstreeks verkoopt aan de eindverbruiker in de productie-inrichting, op een lokale openbare markt of bij huis-aan-huisverkoop in het productiegebied.

Evenwel, wanneer producenten met meer dan 50 legkippen eieren aanbieden op de lokale openbare markt, dan is wel het stempelen van de eieren met de producentencode verplicht. Deze producenten dienen een producentencode toegekend te krijgen van het Agentschap volgens het KB van 3/5/2003 betreffende de identificatie en de registratie van inrichtingen waar legkippen worden gehouden. De aanvraag van de code dient te gebeuren bij de Provinciale Controle-eenheid (PCE).

Voor producenten met minder dan 50 legkippen die eieren verkopen op de lokale openbare markt, volstaat het de naam en het adres van de productie-inrichting te vermelden op het verkooppunt.

 

Eieren die verkocht worden via een automaat:

  1. -          Indien de automaat op het legbedrijf staat (vb. aan de ingang van het bedrijf): registratie, dit houdt in dat aan de PCE moet gemeld worden dat er rechtstreekse verkoop is van eieren aan de consument via een automaat.
  2. -          Indien de automaat niet op het legbedrijf staat (vb. op een parking, in een supermarkt): toelating aanvragen bij de PCE.
  3. -          De eieren moeten niet gestempeld zijn (zie hierboven).
  4. -          De automaat moet voldoen aan de hygiënereglementering:
    Ver. 852/2004: voldoen aan bijlage II, hoofdstuk III.
    Ver. 853/2004: voldoen aan bijlage III, sectie X, Hoofdstuk I.
    KB 22/12/2005: voldoen aan bijlage I, Hoofdstuk II
  5. -          Uiteraard is het belangrijk om de traceerbaarheid te waarborgen (vb. weten welke eieren in de automaat zitten van welke legdatum).

 

Eieren die rechtstreeks van het legbedrijf als B-ei geleverd worden aan vb. een bakker (= levensmiddelenbedrijf) (deze eieren zijn dus bedoeld om te gebruiken in bereidingen, kunnen volgens volgende bepalingen ongestempeld geleverd worden:

  1. §  KB 10/11/2009, art. 4 en Ver. (EG) nr. 1234/2007, Bijlage XIV, A, III, 1 en Ver. (EG) nr. 589/2008, art. 11, 1:

Eieren van klasse B die rechtstreeks van de producent aan de levensmiddelenindustrie geleverd worden op de nationale en intracommunautaire markt, moeten niet gestempeld worden met de producentencode, noch met een teken dat de klasse B aangeeft (“B” of een gekleurde punt).

In wezen verandert er niets aan de bestaande toestand, zij het dat nu voorafgaandelijk het Agentschap hiertoe een afwijking moet hebben verleend.

Om de afwijking te bekomen, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:

  1. a)      een verzoek tot afwijking wordt ingediend bij de Provinciale Controle-eenheid van het Agentschap tot wiens controlebevoegdheid de betrokken productie-inrichting behoort.
    De aanvraag moet gezamenlijk gebeuren door de betrokken producent en het levensmiddelenbedrijf van bestemming.
    N.B.: Het FAVV vraagt de goedkeuring aan de bevoegde overheid van de lidstaat waarin het levensmiddelenbedrijf van bestemming gelegen is.
  2. b)      het levensmiddelenbedrijf van bestemming verbindt er zich toe de eieren uitsluitend te gebruiken voor verwerking.
    De levering valt onder de verantwoordelijkheid van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf.

Echter, indien de eieren door de bakker zouden verkocht worden als A-ei aan de consument, dan moeten ze inderdaad van een pakstation afkomstig zijn. (de eieren moeten dus gesorteerd worden naar gewicht en gecontroleerd worden op kwaliteit (= voorwaarden voor A-eieren uit de Ver.).

 De link naar de hierboven vermelde wetgevingen: klik hier